We zijn er gek op. Bijna alle Nederlanders houden van kaas, slechts 3% niet. Het Nationaal kaasonderzoek wees eind 2015 uit dat 66% van de Nederlanders het dagelijks eet. Maar wat doet kaas met je gezondheid? Het liefst eten we het bij de lunch (81 %), maar ook eten we het graag bij het avondeten (51%), bij het ontbijt (48%), als borrelhapje (36%) en als tussendoortje (34%). Als we aan kaas denken, denken we het eerst aan Nederland, maar ook associëren we kaas met koeien, weiland en de kaasschaaf. We zien kaas als de trots van ons eigen land!

Waar is kaas van gemaakt?

Het is een zuivelproduct. Het is gemaakt van melk. Bij het maken ervan wordt het vocht gescheiden van de vaste stoffen in de melk. De vaste stoffen zijn eiwitten, vetten en mineralen. Aan deze stoffen wordt zuursel, zout en stremsel toegevoed met soms schimmels. Tijdens het pekelproces ligt het een aantal dagen in een zout badje. In kaas leven miljoenen bacteriën en schimmels, daarom wordt het soms levend voedsel genoemd. In voornamelijk oude kazen zit in de korst een mijt. Deze kaasmijt eet de gaten die je in sommige soorten ziet.

Hoe gezond is het?

Het hoofdbestanddeel is dierlijk vet, waaronder veel verzadigd vet (>60% van het totaal aan vet). Ook zit er veel zout in. Zowel het verzadigd vet als het zout verhogen het risico op hart- en vaatziekten. Natrium in het zout zorgt voor een verhoogde bloeddruk. Een boterham met kaas levert gemiddeld al 1/6 van je algemene dagelijkse hoeveelheid zout.

De voedingskenmerken kan je hier vinden. Ook zitten er eiwitten (de bouwstenen van je lichaamscellen), calcium, fosfor, magnesium, zink, selenium, vitamine A, B12 en B2 in. Het bevat geen koolhydraten.

Calcium en vitamine B12

Zuivel is erg belangrijk voor een goede voeding. Door het eten van kaas en het drinken van melk en melkproducten krijgen we al ongeveer 60% van de dagelijks aangeraden hoeveelheid calcium en 40% van de dageijks aangeraden hoeveelheid vitamine B12 binnen.

Vetten

Er zijn verschillende soorten kaas en iedere soort heeft een ander vetgehalte. De magere soort heeft minder vet en meer calcium dan andere soorten. Op de verpakkingen worden de verschillende soorten aangegeven met 10+, 20+, 30+, welke alle drie magere varianten zijn. Ook al de 30+ variant nog steeds 16% vet. Er zijn ook kazen waarop staat 40+,45+,48+,50+ en 60+. Deze aanduiding geeft het vetgehalte aan, waarmee de hoeveelheid kaas zonder water aangegeven wordt.

In de oude variant zit minder vocht en is vetter, dan in de jonge variant. Het is gezonder om minder vette soorten te eten, waaronder verse en 20+ of 30+. Ook is het aan te raden om voor een soort te kiezen met minder zout. Dit is in mindere mate aanwezig in zachtere kazen dan in hardere kazen. Een alternatief is pindakaas, dat voor het merendeel uit plantaardige, onverzadigde vetten bestaat. Er zitten ook vitamines, mineralen, spoorelementen, vetzuren en aminozuren in. Het nadeel ervan is dat er toch ook veel calorieën in zitten.

Lactosevrij

Melksuikers (lactose) worden tijdens de kaasbereiding omgezet door melkzuurbacteriën in melkzuren. Harde kaas bevat hierdoor geen lactose meer en ook geen koolhydraten.

Bacteriën

De Salmonella bacterie en Listeria bacterie wil je niet binnen krijgen. In kaas gemaakt uit rauwe melk, kunnen bacteriën voorkomen. Listeria is de schadelijkste variant. Kaas in Nederland is meestal gepasteurizeerd. Dit wil zeggen dat het verhit is en daarom veilig om te eten.

Alleen inspiratie, geen spam. Hoe we met je gegevens omgaan? Dat lees je in ons privacybeleid.